background

EEN ZALIG PASEN


In 2006 werd ik bij een christelijke organisatie. Ik, juist ik, die groot was geworden in een dorp waar je als “openbare” om onduidelijke reden een hekel moest hebben aan gereformeerden.


Goede Vrijdag. Een dag die ik onlosmakelijk aan ex-collega Cees verbind. Vanwege die werkdag, waarvan hij vond dat Goede Vrijdag de belangrijkste christelijke feestdag is en dus een vrije dag zou moeten zijn. Zeker binnen de christelijke organisatie waar wij werkten.


Na vrijdag 10 april 2020, is Goede Vrijdag voor mij een andere Goede Vrijdag dan voorheen.


Goede Vrijdag: was voor mij zomaar een vrijdag. Het is voor mij een dag zonder betekenis. “Het had iets met Jezus te maken.”, dat wist ik dan weer wel, dankzij mijn katholieke moeder.


2006. Voorafgaand aan mijn indiensttreding diende ik een arbeidscontract en de doelstellingen van de organisatie te ondertekenen. Voor mij is zo'n handtekening een serieuze zaak. Ik kon de handtekening niet zetten … mijn uit overlevering ontstane weerstand jegens gereformeerden, zat me in de weg.


In 1974 werd ik dienstplichtig militair. Op mijn dog-tag stond “Geen”: geen geloof. Dat klopte. Maar geloof is ... een levensovertuiging. Geen levensovertuiging? Jawel, je bent humanist, leerde mij de Raadsman, de militair-geestelijke collega van de Aalmoezenier en Rabbijn. Dus sindsdien noem ik me humanist. Overigens, ik ben humanist zoals zo velen hun geloof inactief belijden.


2006. Ik wilde graag een baan. Ik zat echter met de doelstelling van m'n toekomstige werkgever in de knoop. Ik heb de doelstelling helemaal gelezen. En wat mij opviel: ik kon me er grotendeels in vinden! En ineens bedacht ik: als ik bepaalde woorden en namen nu eens verving door Drees, Domela Nieuwenhuis, gelijkberechtiging, socialisme … dan paste de doelstelling van m'n toekomstige werkgever binnen mijn humanistische en socialistische visie op de maatschappij. Ik ondertekende de doelstelling en het arbeidscontract.


Eerlijk is eerlijk. De eerste weken voelde ik me toch wel in het hol van de beer. Maar ik ervoer al snel dat het op de werkvloer er niet om ging hoe actief je “binnen de kerk” was maar hoe je als mens handelde.


Door de plotselinge transitie in 1990 van Ruige Jongerenwerker-in-tuinbroek naar AZC-Directeur-in-pak, had ik al eens een ommekeer doorgemaakt in m’n optreden en spraakgebruik. Krachttermen gebruikte ik al lang niet meer toen ik bij mijn nieuwe werkgever ging werken. Tot … tot op de dag dat we bezig waren met de voorbereiding van de opening van een nieuw pand. Mijn vingers raakten bekneld bij de scharnier van een dichtgaande deur. Een collega hoorde mijn krachtterm: zij attendeerde, op haar geheel eigen manier, mij er op dat ik iets onwelvoeglijkst zei. Schaamrood viel mij ten deel.


Goede Vrijdag. Altijd weer de jaarlijkse, expliciete verbazing van Cees dat Goede Vrijdag een officiele feestdag is en dat er veel sectoren zijn waar werknemers een vrije dag hebben. Maar niet bij deze christelijke organisatie waar wij werkten. Ik begreep dat, als ik een vergelijking trok met 1 Mei. In de landen rondom is De Dag van de Arbeid een vrije dag maar niet in Nederland.


Bij toeval zapte ik op 21 april 2011 langs een spektakel met live-muziek en -toneel. Ik bleef hangen. The Passion. Door m’n lessen Bijbelkennis en Cultuurgeschiedenis op de Mavo 1966-1967 herkende ik flarden van het verhaal. Ik keek met bewondering naar de techniek, de zang, het geheel. Bijna elk daaropvolgend jaar stond The Passion op m’n kijk-agenda. Elk jaar weer: hetzelfde verhaal maar nooit vervelend. In 2014 (Groningen) was ik er zelfs bij als medewerker: als verkeersregelaar (waarbij ik motorrijdend en verkeer-regelend het kruis vanaf het stadion van de FC naar de Vismarkt begeleidde).


En dan, 9 april 2020. Midden in de Corona-Crisis. Ik voel me kloten, zit niet goed in m’n vel. Angstig. Depressief. Verdrietig. Gespannen. “Wil je naar The Passion kijken?”, vraagt mijn partner. Ja, dat wil ik. Voor de zoveelste maal keek ik naar een show. Vanwege de 1,5meter-distancing, ditmaal samensgesteld uit fragmenten uit de vorige negen Passion's. Ik realiseerde me dat het een reality-show was dat in Jip en Janneke-taal het verhaal vertelt van de kruisiging van Jezus. Diverse malen moest ik huilen. Ik hoorde over het verraad door Judas (voor mij synoniem met het Corona-virus) en de ontkenning door Petrus (het aanvankelijk niet serieus nemen van het Corona-virus). Pilatus staat voor mij voor de artsen die besluiten of iemand al of niet behandelbaar is … of niet. Niet behandelbaar zijn, dat is mijn grootste angst. En de opoffering door Jezus: het leven geven opdat anderen het beter krijgen.


En nog nooit beroerde het slot mij zo als dit jaar. Het slot van deze speciale uitzending (vertelt door Johnny de Mol) ging over de angst die bij velen op dit moment een rol speelt. Ik realiseerde me daardoor dat ik niet de enige was. Ik hoorde woorden als hoop en vertrouwen. En over de dood en daarna. Die woorden troostten mij. Ik voelde me stukken beter dan een aantal uren tevoren.


Dat schreef ik aan Cees. Een ex-collega, aan wie ik om onbekende redenen gedurende mijn basisschooltijd en daarna, een hekel gehad zou hebben. Dat wilde ik met hem delen. Ik begreep, nee: ik ervoer hoe hij kracht haalt uit zijn geloof.


Ik sloot af mijn brief aan Cees af, zoals mijn moeder plachtte te zeggen: "Cees, ik wens jou en je gezin een zalig Pasen!".