background

OVER EEN GESCHEURDE TEENNAGEL


Koud. Sneeuw. Gladheid. Het is woensdag 6 januari 2016.


Alle bussen rijden. Nee, toch niet, een regionale online-krant meldt dat sommige lijnen uitvallen. Een buschauffeur vertelt live-on-TV dat hij echter vanoet Stad probleemloos naar Heerenveen rijdt. De busmaatschappij twittert dat alle buslijnen zijn stilgelegd. En dat allemaal in een tijdsbestek van 30 minuten. Zo ook met de weercodes, het zijn net haperende verkeerslichten: oranje, rood, oranje. En op de werkvloer: de ene medewerker vindt zichzelf niet in staat om in een half uurtje naar z'n werk te lopen  (code rood, advies is om binnen te blijven, bang om te vallen) terwijl zijn/haar collega over een afstand van 25km over glibberige wegen rijdt en 's avonds weer heel thuis komt (“het viel mee, je moet gewoon rustig rijden”).

Vanwaar deze uitersten en code-wisselingen? En waar blijft iemands eigen oordeelsvorming en verantwoordelijkheid? De oorzaak ligt volgens mij bij de angstcultuur en de social-media, of liever gezegd: hoe gaan wij om met de informatie uit de sociaal-media.


Het is nog maar 50 jaren geleden dat een ramp aan de andere kant van de wereld pas de dag daarna als summiere informatie bij het grote publiek bekend werd. Dankzij internet en de social-media verspreiden anno-2016 berichten over zo’n ramp zich binnen 5 minuten over de gehele wereld. En net zoals dat in kleine dorpen gaat: de gescheurde nagel van Piet, wonend aan de ene kant van het dorp, heeft volgens de inwoners aan de andere kant van het dorp een geamputeerd onderbeen.


Wij beleven anno-2016 een ramp aan de andere kant van de wereld intenser als 50 jaren geleden. Door Twitter weten we in no-time alles over de ramp, in 280 tekens. De hap-snap-tweets vergroten onze behoefte aan informatie. De commerciële en publieke omroepen doen hun uiterste best om de meest dramatische informatie als eerste op de TV te presenteren. Het is daardoor alsof we er zelf bij zijn (Hoe dat komt? Klik hier voor meer informatie). De herhalingen-op-herhalingen versterken het idee dat de ramp/gebeurtenis groter is dan daadwerkelijk. Maar nieuws blijft nieuws: de visboer verpakt in de krant van gisteren de vis van vandaag. Oftewel: veertien dagen na een incident, is alle emotie uit de berichtgeving verdwenen en is iedereen weer over gegaan tot de orde van de dag.


Het is daardoor ook dat wij onze onveiligheid in deze maatschappij als vele malen groter ervan dan ze in werkelijkheid is. Natuurlijk, je zult maar in disco aanwezig zijn waar extremisten/terroristen met Kalashnikovs wild in het rond schieten. Maar dat was maar op één van de miljoenen locaties waar iets kan gebeuren; de kans dat jij er bij bent is vele malen kleiner dan de kans op de hoofdprijs in de Staatsloterij! Maar door de berichtgeving via Twitter c.s. lijkt het alsof je er zelf bij bent. Dat geeft een irreëel gevoel van onveiligheid. (De week volgend op de aanslag in de Parijse disco, heb ik bewust een week lang geen televisie gekeken, geen krant gelezen, geen Twitter geopend. OK, ik realiseerde me dat ik aan struisvogelpolitiek deed … maar ik was gevrijwaard van de vele onduidelijkheden die circuleerden, op twitter en in nieuwsberichten.)


En dan dat andere fenomeen: Code Rood. Hoe vaak leverde het publiek kritiek op de overtrokken codering-rood door het KNMI: “het viel achteraf allemaal best mee, toch?”. Of andersom: code oranje en vervolgens toch ernstig ongerief door heftige regenbuien. Ik denk dat het KNMI zorgvuldig omgaat met de coderingen, daar is niets mis mee. Maar waar blijft onze eigen oordeelsvorming? Toen het ’s winters nog sneeuwde in de vorige eeuw, veegde ik ’s morgens eerst de stoep schoon, constateerde “dat het mee viel”, keek eens naar de lucht en ging vervolgens op m’n fiets naar m’n werk, 6 kilometer verderop. Anno-2016 gaan we bij Code Rood niet eens meer naar buiten, turen vanachter het raam naar de witte straat, vegen zelfs onze stoep niet meer schoon (“ga niet naar buiten als ’t niet nodig is”) maar twitteren wel dat het dat het bar en boos is. En zo verwordt een gescheurde teennagel een geamputeerd been.